Binnen alle aspecten van het leven woedde steeds een strijd tussen de krachten die ons naar de nieuwste evoluties en technologieën leidden versus de krachten die ons op hun beurt terugtrekken naar de bestaande, welbekende en vertrouwde methoden. Zo ook op het gebied van IOL calculatie en de continue zoektocht naar de “Holy Grail”…

3e Generatie versus 4e Generatie

De 3e generatie IOL formules (SRKT, Hoffer Q, Holladay I, …) maken gebruik van slechts 2 variabelen, met name keratometrie en axiale lengte. De 4e generatie IOL formules (Haigis, Barrett en Olsen, Holladay II, Warren Hill, …) gebruiken tot maar liefst 7 verschillende variabelen (keratometrie, axiale lengte, ACD, lensdikte, horizontale WTW, leeftijd, pre-operatieve refractie) voor de IOL calculatie.

New formulas in IOL Calculation
Bron: R. Scholz – Presentatie Oculentis “IOL calculation and case reports” (11/05/2017)

Voorstanders van deze nieuwe formules claimen dat de verhoging aan criteria en variabelen leidt tot een meer accurate outcome en bijgevolg minder refractieve verrassingen. Deze aanhangers van de 4e generatie argumenteren dat de oudere formules gebaseerd zijn op ‘normale’ ogen, zonder hierbij rekening te houden met de effectieve lens positie (ELP), voorkamerdiepte (ACD) en WTW, hetgeen kan leiden tot onaangename verrassingen bij zeer korte of lange ogen.

Formulas in IOL Calculation: Graph presenting newer versus older generations
Bron: R. Scholz – Presentatie Oculentis “IOL calculation and case reports” (11/05/2017)

Tegenstanders beweren op hun beurt dan weer dat de ‘bestaande’ formules door empirisme uitgegroeid zijn tot zeer voorspelbare en vertrouwelijke peilers. Hoffer Q is als formule zo meer geschikt in geval van ‘korte’ ogen (hyperoop), SRKT in geval van ‘lange’ ogen, Holladay I bij ‘normale’ aslengten, enz. De Haigis formule biedt eveneens zeer accurate voorspellingen, zij het door gebruik te maken van nog 2 extra variabelen: axiale lengte en ACD.

Waarom worden vandaag verschillende formules gebruikt?

  • Één van de redenen waarom sommige formules zoals Olsen vandaag weinig gehanteerd worden is net omdat extra variabelen vereist zijn (de lensdikte in het geval van Olsen), hetgeen zich dan weer vertaalt in speciaal benodigde apparatuur. De bedenker van deze formule -Dr. Thomas Olsen- is echter de mening toegedaan dat de bepaling van de effectieve lenspositie de heilige graal vormt tijdens de IOL berekening.
  • Door de opkomst van een formule die de laatste tijd erg aan belang won bij veel chirurgen, ook en voornamelijk voor de berekening van torische lenzen: de Barrett formule (Dr. Graham Barrett). Deze formule houdt rekening met de dikte en de vorm van de lens zelf, hetgeen naar cylindersterkte toe een accurate voorspelbaarheid biedt. De formule biedt bovendien de mogelijkheid om de posterieure corneale curve te voorspellen zonder deze effectief te meten a.d.h.v. specifieke apparatuur, dit d.m.v. de opname van gemiddelde posterieure cornea in de berekening. Ook dit algoritme zit vandaag reeds vervat in welbepaalde apparatuur en wordt dus veelvuldig gebruikt.
  • Voor wat post-refractieve cataract behandelingen betreft werden inmiddels nieuwe methoden voor berekening ontworpen. Denken we hierbij ondermeer aan de tool die d.m.v. OCT algoritmen gebruik maakt van corneale sterkten en pachymetrie.

Maar de Heilige Graal is subjectief…

Het hoeft niemand te verbazen dat de IOL calculatie een complexe materie is. Er bestaat niet zoiets als dé perfecte methode om accurate en reproduceerbare resultaten te voorspellen.

Iedere chirurg maakt gebruik van eigen gewoonten en zal, afhankelijk van de incidentie aan refractieve verrassingen, de berekeningen mogelijk aanpassen aan de verscheidenheid aan aangeboden formules.

To be continued…