Site icon Simovision

Blefaritis en biofilm: een nieuw concept

oog hygiëne blefaritis

Twee types blefaritis

Blefaritis kan acuut of chronisch zijn, de chronische vorm is de meest voorkomende. Het kan ook worden gedefinieerd door de locatie van het probleem: anterieur of posterieur. Deze aandoening vertoont meestal terugkerende symptomen die kunnen variëren door de tijd en beide ogen beïnvloeden.

Type 1: acute blefaritis

Acute blefaritis kan ulceratief zijn of niet. Het is meestal een infectie die de ulceratieve variant van blefaritis veroorzaakt, bijvoorbeeld een infectie van bacteriële oorsprong, zoals stafylokokken. Een virale etiologie zoals Herpes simplex en Varicella zoster is ook mogelijk.

Wanneer er geen sprake is van ulceratieve blefaritis, is het meestal te wijten aan een allergische reactie, of het nu atopisch of seizoensgebonden is.

Type 2: chronische blefaritis

De locatie ervan bepaalt grotendeels de aard van de chronische vorm van blefaritis. Bij anterieure blefaritis is meestal sprake van een infectie, meestal staphylokokken of een proces van een seborroïsche ziekte, vaak seborroïsche dermatitis van het gezicht en de hoofdhuid. Bovendien kan anterieure blefaritis ook geassocieerd zijn met rosacea. Meiboomklierdisfunctie veroorzaakt ook posterieure blefaritis. De klieren scheiden te veel olieachtige substantie af, wat de klieren verstopt. Over het algemeen wordt dit geassocieerd met rosacea en bepaalde hormonale oorzaken.5,6,7

Patiënten met blefaritis klagen over het algemeen over jeuk, een branderig gevoel en aangekoekte oogleden. Ze klagen over kloofjes, wazig zicht en een vreemd gevoel. De ophoping van korstjes op de wimpers 1,2,3,4 is ‘s vooral ‘s ochtends hinderlijk. Deze symptomen hebben de neiging om beide ogen te treffen en kunnen ook periodiek voorkomen. Bij anterieure blefaritis onthult een spleetlamponderzoek erytheem en oedeem van de ooglidrand. Dit kan ook gepaard gaan met telangiectasia aan de buitenzijde van het ooglid. Een soort van schubben zijn ook te zien aan de basis van de wimpers.

Verlies van wimpers (madarose), depigmentatie van wimpers (poliose) en afwijkende stand van de wimpers (trichiasis) kunnen ook waargenomen
worden. Bij posterieure blefaritis zijn de Meiboomklieren verwijd, belemmerd en kunnen zebedekt zijn met olie. Afscheidingen van deze klieren kunnen dik lijken en er kan littekenvorming optreden op het ooglid aan het gebied rond de klieren. Bij alle soorten blefaritis kan de traanfilm tekenen van snelle verdamping vertonen.8

Regelmatige reiniging

Ooglidhygiëne blijft de pijler van de behandeling en is effectief in de meeste gevallen van blefaritis. Warme, vochtige kompressen worden gedurende 5 tot 10 minuten op de ogen aangebracht om het ooglidresten en olie te verzachten, maar ook om de meiboomklieren te verwijden. Onmiddellijk daarna moeten de randen van de oogleden voorzichtig gewassen worden om afzettingen en vuil te verwijderen: met een wattenstaafje gedrenkt in verdunde babyshampoo.

Posterieure blefaritis

Mensen met posterieure blefaritis zullen baat hebben bij een zachte massage van de randen van het ooglid om de uitscheiding van de meiboomklieren te vergemakkelijken.

Met een wattenstaafje of de vinger worden de randen van de oogleden gemasseerd in kleine cirkelvormige patronen. Tijdens symptomatische uitingen van blefaritis moet ooglidhygiëne twee- tot viermaal daags uitgevoerd worden.

Chronische blefaritis

Bij patiënten met chronische blefaritis moet het ooglidhygiëneregime gedurende het hele leven dagelijks gehandhaafd worden, anders zullen de irriterende symptomen terugkeren. Bovendien moet oogmake-up beperkt worden en alle triggers vermeden.9,10,11

Wat als er meer aan de hand is?

Deze regelmatige hygiëne van de palpebrale marge is echter niet altijd voldoende en recentelijk werd een andere hypothese geformuleerd met betrekking tot chronische blefaritis.12

Als we de ooglidrand van dichterbij bekijken en de vorming van biofilm in acht nemen, kan dit laatste dienen als een brug tussen twee aandoeningen, namelijk droge ogen en blefaritis. Deze beide vormen dan een geheel, het “droge ogen en blefaritis”-syndroom (DEBS), een nieuw pathologisch proces in plaats van twee aparte. Wat we nu kunnen begrijpen is dat DEBS op verschillende momenten in het leven voorkomt.

De eerste stap is het begrijpen en correct toepassen van de term DEBS. Die moet worden gebruikt om de ontsteking van het ooglid te beschrijven.

De tweede stap is beseffen dat de bacteriële flora van de rand van een normaal ooglid, voornamelijk Staphylococcus aureus en Staphylococcus epidermidis, overtollig worden en een verandering ondergaan in de pathogeniciteit naarmate het leven van de patiënt vordert. Thygeson erkende in 1946 al dat “abnormale kolonisatie van stafylokokken”
geassocieerd werd met blefaritis. De vraag is: hoe kan van een normale kolonisatie van Staphylococcus met weinig pathologie, naar een overmatige kolonisatie van Staphylococcus met ontsteking en significante pathologie overgegaan worden? Het antwoord ligt in de vorming van een biofilm, de meest basale bacteriële overlevingsstrategie.

Dit proces gaat over zes stadia, van bacteriële overleving over biofilm, tot de vier stadia die DEBS oogziekte, blefaritis en meiboomklierdisfunctie (MGD) verbinden.

Deze zes stadia van deze ooglidrandaandoening zijn gerelateerd aan bacteriële veranderingen die leiden tot ontsteking:

1. Bacteriële overleving
2. Vorming van biofilm
3. Overmatige kolonisatie
4. Activering van het gen dat het quorum detecteert
5. Productie van virulentiefactor
6. Ontsteking.

In dit geval is het nodig deze biofilm te verwijderen of de progressie ervan te vertragen.

Bronnen:

  1. Huggins AB, Carrasco JR, Eagle RC. MEN 2B masquerading as chronic blepharitis and euryblepharon. Orbit. 2019 Jan 27;1-5. [PubMed: 30688132]
  2. Rodriguez-Garcia A, Loya-Garcia D, Hernandez-Quintela E, Navas A. Risk factors for ocular surface damage in Mexican patients with dry eye disease: a population-based study. Clin Ophthalmol. 2019; 13:53-62. [PMC free article: PMC6306075] [PubMed: 30613133]
  3. Choi FD, Juhasz MLW, Atanaskova Mesinkovska N. Topical ketoconazole: a systematic review of current dermatological applications and future developments. J Dermatolog Treat. 2019 Jan 22;1-12. [PubMed: 30668185]
  4. Ozkan J, Willcox MD. The Ocular Microbiome: Molecular Characterisation of a Unique and Low Microbial Environment. Curr. Eye Res. 2019 Jan 14;1-10. [PubMed: 30640553]
  5. Khoo P, Ooi KG, Watson S. Effectiveness of pharmaceutical interventions for Meibomian gland dysfunction: An evidence-based review of clinical trials. Clin. Experiment. Ophthalmol. 2018 Dec 18; [PubMed: 30561146]
  6. R S, L T. Healthcare delivery in meibomian gland dysfunction and blepharitis. Ocul Surf. 2018 Nov 17; [PubMed: 30458245]
  7. Fromstein SR, Harthan JS, Patel J, Opitz DL. Demodex blepharitis: clinical perspectives. Clin Optom (Auckl). 2018; 10:57-63. [PMC free article: PMC6118860] [PubMed: 30214343]
  8. Eberhardt M., Rammohan G. Blepharitis – StatPearls – VCNI Bookshelf 2019: 1-4 (https://www.ncbi.nlm.nih.gov/books/NBK459305/)
  9. Pflugfelder SC, Karpecki PM, Perez VL. Treatment of blepharitis: recent clinical trials. Ocul Surf. 2014 Oct;12(4):273-84. [PubMed: 25284773]
  10. 10. Kanda Y, Kayama T, Okamoto S, Hashimoto M, Ishida C, Yanai T, Fukumoto M,
  11. Kunihiro E. Post-marketing surveillance of levofloxacin 0.5% ophthalmic solution for external ocular infections. Drugs R D. 2012 Dec 01 ;12(4):177-85. [PMC free article: PMC3586049] [PubMed: 23075336]
  12. Davey C, Hurwitz B. Red or uncomfortable eye. Occas Pap R Coll Gen Pract. 1992 Dec;(58):56-61. [PMC free article: PMC2560226] [PubMed: 1345157]
  13. Rynerson J., Perry H. DEBS- a unification theory for dry eye and blepharitis. Clin. Ophthalmology 2016;10: 2455-2467.
Exit mobile version